Hoe berekenen advocaten hun erelonen en onkosten?

Redactie
Advocaat-toga.jpg(image/jpeg)

De advocaat heeft het recht om zelf zijn of haar ereloon te bepalen. Het Gerechtelijk Wetboek (art. 446 ter) verplicht de advocaat wel om het ereloon te begroten met de bescheidenheid die van het ambt moet worden verwacht, waarbij de begroting moet getuigen van billijke gematigdheid. Dit is de voorgeschreven richtlijn.

De richtlijn laat ruimte over voor interpretatie want los van deze wettelijke beperking bepaalt de advocaat zelf op welke wijze hij of zij het ereloon berekent. Zonder bindend te zijn, worden drie berekeningswijzen vrij algemeen aangewend voor het begroten van het ereloon, wegens hun eenvoud en praktische haalbaarheid en wegens de bekendheid ervan bij het cliënteel.

Het gaat om volgende drie berekeningswijzen:

  • Vergoeding per tijdseenheid – Dit is een bedrag per aanrekenbaar (deel van een) uur voor verleende diensten;
  • Vergoeding naargelang de waarde van de zaak – Wat neerkomt op percentage op een in geld bepaalbare waarde van een zaak;
  • Vergoeding naar de aard van de zaak – Dit wil zeggen:forfaitair bedrag per prestatie of per reeks van prestaties. Deze berekeningswijze raakt evenwel stilaan in onbruik.

De advocaat kan ook een ander berekeningssysteem toepassen of een combinatie van de voormelde berekeningswijzen, en deze in redelijkheid vastleggen. De berekening kan eventueel worden verhoogd of verlaagd, afhankelijk van factoren zoals:

  • de financiële draagkracht van de klant;
  • het dringende karakter;
  • de belangrijkheid van de zaak;
  • de moeilijkheidsgraad;
  • het resultaat;
  • de ervaring van de advocaat;
  • de onderlegdheid van de advocaat in de behandelde materie;
  • of eventueel nog andere parameters

Het wordt de advocaat aanbevolen om zijn of haar cliënt vooraf in te lichten over de berekeningswijze die zal worden gehanteerd. Het is zelfs aan te raden om tussen de advocaat en cliënt vooraf een goede afspraak te maken of een overeenkomst te treffen over de wijze van ereloonbegroting.

Wat met de kosten?

Behalve de erelonen zijn er ook de kosten, verbonden aan de uitoefening van een opdracht. De kosten worden afzonderlijk aan de cliënt aangerekend. De kosten zijn de uitgaven die de advocaat maakt met betrekking tot een aan hem toevertrouwde zaak voor rekening van de cliënt. Ze kunnen worden onderverdeeld in algemene kosten en specifieke kosten.

De algemene kosten worden veelal aangerekend per zogenaamde kantooreenheid, die dan vermenigvuldigd wordt met het aantal getypte bladen in een bepaald dossier. Als niet-bindend indicatief bedrag van de kantooreenheid kan bijvoorbeeld gelden: 10 euro per getypt blad. De specifieke kosten in een bepaald dossier worden aan de cliënt doorgerekend. Het gaat om vervoerskosten, gerechtskosten, kosten van vertaling e.d.

Voorbeeld 1:

Berekening volgens aanrekenbare tijd

Het basisuurloon kan worden vermenigvuldigd met allerlei coëfficiënten zoals resultaat, moeilijkheidsgraad, hoogdringendheid. De advocaat zal een timesheet bijhouden en alle aanrekenbare tijdseenheden registreren. Deze tijdseenheden worden vervolgens vermenigvuldigd met het toepasbare uurloon, om op die wijze tot een juiste ereloonbegroting te komen.

Voorbeeld 2

Berekening naargelang de waarde van de zaak

Een tweede voorbeeld is de berekening naargelang de waarde van de zaak. Voor de berekening van de waarde van de zaak moet rekening worden gehouden met de hoofdsom en de intresten.

Bij wijze van voorbeeld kunnen volgende percentages gelden:

van 0 tot 6.200 euro: 15 %

van 6.200 tot 49.500 euro: 10 %

van 49.500 tot 124.000 euro: 8 %

van 124.000 tot 248.000 euro: 6 %

meer dan 248.000 euro: 4 %

Deze berekening kan worden toegepast door de advocaat van zowel de verwerende als van de eisende partij op het bedrag dat door de cliënt gewonnen of uitgespaard werd. Ook hier kunnen uiteraard correcties zich opdringen of coëfficiënten aangewezen zijn. Een eerste correctie kan gelden in het geval dat de vordering kennelijk ongegrond is of dat de gevorderde som kennelijk overdreven is. In dit laatste geval mag de advocaat het percentage enkel toepassen op het kennelijk  niet overdreven gedeelte van de vordering. Zo moet het percentage ook minstens met de helft worden verminderd indien de ordering niet wordt betwist of wanneer het resultaat bekomen wordt voor het instellen van een rechtsvordering.

De advocaat van de eiser moet het bekomen percentage met minstens de helft verminderen op het afgewezen gedeelte van de vordering, zoals het past voor de advocaat van de verweerder om het percentage met minstens de helft te verminderen op het aan de eiser toegekende bedrag van de vordering. Indien de opdracht van de advocaat er enkel in bestaat om betalingsfaciliteiten aan de rechtbank te vragen, mag deze berekeningswijze in regel niet worden toegepast.

In geval van hoger beroep wordt het bekomen van resultaat verhoogd met 50 procent. Wanneer een advocaat echter voor het eerst wordt belast met de behandeling van de zaak in graad van beroep, berekent deze zijn of haar ereloon door toepassing van de basisschaal.

Voorbeeld  3

Berekening per prestatie

De forfaitaire berekening per prestatie geraakt in onbruik, maar kan nog steeds worden gehanteerd voor de begroting van erelonen in niet of moeilijk in geld waardeerbare geschillen. Deze methode wordt vooral nog gebruikt in kleinere verkeerzaken, in eenvoudige zaken van familierecht of in strafzaken.

Info: www.balieantwerpen.be

Webdesign Desk02