Hoe komt het toch dat bedrijven niet genoeg medewerkers vinden?

Freddy Michiels
HR
Hoe komt het toch dat bedrijven niet genoeg medewerkers vinden?

Kmo’s die groeiplannen hebben, die de crisis een neus willen zetten, klagen steen en been omdat ze onvoldoende geschikte medewerkers vinden om de openstaande vacatures in te vullen. Hoe is het mogelijk dat in tijden van crisis mensen de indruk geven van niet meer te willen werken?

Tijdens de voorbereidende gesprekken die naar een regeringsvorming moeten leiden, was het nog maar eens klaar en duidelijk. Iedere gesprekspartner van Bart De Wever was bereid te luisteren en te antwoorden op de drie cruciale vragen die de informateur hen stelde. In de toekomstvisie stond het besparen voor de overheid bovenaan het prioriteitenlijstje. Zelfs de grootste keikoppen hadden daar oren naar. Eén grote uitzondering: de twee grote (of kleinzielige?) vakbondsleiders. Zij gingen met een “eisenlijstje” naar de informateur, niet met een vragenlijstje.

“Wij hebben onze eisen aan de informateur bezorgd,” zegden zowel de christelijke als socialistische vakbondsleider voor de camera’s van de nationale tv-zenders.

Het is bijna zeker dat op dit “eisenpakket” geen besparingen opstaan die de bedrijven helpen om de werkgelegenheid te bevorderen. Het afgezaagde liedje houdt niet op: minder werken en meer verdienen. En wie moet dat betalen? “Dat is onze verantwoordelijkheid niet,” kakelen de twee bollebozen in koor. In hun ogen zijn bedrijven en zelfstandige ondernemers poenpakkers en zweetprofiteurs. Zij hebben ervoor gezorgd dat het sociale vangnet in ons land zo laag ligt dat vaak de indruk ontstaat dat mensen wel kunnen, maar niet meer willen werken. Uitspraken als “voor enkele honderd euro meer ga ik niet meer werken,” zei ooit iemand in een tv-programma. De vraag die hierbij alle andere vragen in de schaduw stelt is natuurlijk: zijn de lonen te laag of is de werkloosheidssteun te hoog?

Waar blijven al die werklozen?

De autofabriek van Volvo Gent heeft haar orderportefeuille aanzienlijk kunnen bijvullen (met de assemblage van de Volvo S60) en had hiervoor behoefte aan een tweehonderdtal bijkomende, tijdelijke krachten. Er werden twee uitzendkantoren ingeschakeld om deze krachten te vinden en er werd ook een oproep gelanceerd naar de weldra werkloze werknemers van de Opelfabriek in Antwerpen. Er werden geen diplomavereisten gesteld want iedereen kreeg ene opleiding nadat ze gewoon op hu parate kennis getest werden.

Het resultaat was bedroevend. De uitzendkantoren konden nauwelijks mensen overtuigen en de Opelwerknemers bleken zelfs nauwelijks de gewone proeven (ingangsexamens) niet te overleven, die zelfs voor schoolkinderen een makkie waren. Protest van de Opelmensen, die van mening waren dat ze vragen moesten beantwoorden of proeven moesten afleggen die niet nuttig waren voor de autoassemblage. Jawel, zei de directie van Volvo Gent, want onze medewerkers moeten multi-inzetbaar zijn, zij moeten geen robotten zijn maar op verschillende plaatsen ingezet kunnen worden wanneer de noodzaak zich hiervoor voordoet.

Bij de regeringsonderhandelingen die dezer dagen gevoerd worden, is de wens om de werkgelegenheid te vergroten, één van de drie fundamenten waarop het beleid zich moet baseren. Maar wat baten uitgestoken handen als de werklozen ze niet willen aannemen? Het sociaal beleid in ons land mag herdacht worden. Werkloosheidssteun dient om mensen die, om welke reden dan ook, in de onmogelijkheid zijn te werken een vangnet aan te bieden om hen te helpen deze moeilijke periode te overbruggen. Werkloosheidssteun dient niet om met pré-pré-pensioen te gaan en ondertussen maar kankeren op hij slecht alles georganiseerd is.

Webdesign Desk02