Waarom de wet Potpouri incasso niet overbodig maakt

Frederik Van Royen
Debiteurenbewaking
Frederik Van Royen.jpg(image/jpeg)
02C92536.jpg(image/jpeg)

Sinds deze zomer is een nieuwe regeling van kracht voor de invordering van onbetwiste schulden (B2B). Dat kan voortaan zonder tussenkomst van de rechtbank. Al hoeft het slechts in een minderheid van de gevallen zo ver te komen. Incassobureaus lossen nog steeds 80 tot 90% van de onbetwiste schulden op met een minnelijke tussenkomst.

De wetswijziging rond de invordering van onbetwiste schulden – de zogenaamde wet Potpouri 1 – maakt deel uit van het justitieplan van bevoegd minister Koen Geens (CD&V). Hij vindt dat justitie zich weer op haar kerntaken moet toeleggen en wil daarom de werkdruk verlichten. Hoe hij dat wenst te realiseren? Enerzijds door administratieve vereenvoudiging, anderzijds door het weghouden van bepaalde geschillen uit de rechtbank.

De procedure voor het invorderen van onbetwiste schulden werd daarom hertekend. Voortaan hoef je niet langer via de rechtbank. Een advocaat, magistraat en deurwaarder geven de opdracht tot uitvoering, waardoor de doorlooptijd aanzienlijk korter wordt. Die bedroeg voordien gemiddeld 12 tot 15 maanden, inclusief uitvoering. Vandaag kan de periode tussen het geven van de opdracht en de start van de uitvoering beperkt blijven tot anderhalve maand.

Aanvankelijk zou de wet Potpouri pas in september 2017 van kracht gaan. Door een forse inhaalbeweging - naar alle waarschijnlijkheid het gevolg van doortastend lobbywerk - stond de wetswijziging reeds einde juni in het Belgisch Staatsblad. Het invorderen van onbetwiste schulden (B2B) via de juridische weg kan daardoor sinds 2 juli sneller, efficiënter en goedkoper.

Maakt die wijziging incassobureaus dan overbodig? Integendeel, zij behouden hun vruchtbare rol als bemiddelingsinstantie. Onderstaande drie redenen bevestigen hun belang.

1. Het gros van de onbetwiste schulden behoeft geen juridische aanpak

Dankzij de wet Potpouri mag de invordering van onbetwiste schulden (B2B) dan voortaan minder lang aanslepen, incassobureaus garanderen gemiddeld nog steeds het kortste traject. Alvorens juridische stappen te ondernemen, zetten zij immers in op een minnelijke aanpak. Daarbij wordt het onderscheid gemaakt tussen debiteuren die niet kunnen betalen en zij die niet willen betalen.

Waarom dat onderscheid nuttig is? Omdat het best mogelijk is dat een debiteur intussen in faling ging. Of dat hij de schuld dermate terecht betwist, dat de schuldeiser beslist om het openstaande bedrag niet te innen. Misschien maakte de schuldeiser zelf wel een fout en beseft hij intussen dat hij het bedrag onterecht factureerde. Ook bestaat de kans dat de debiteur van de aardbodem verdween en niet te traceren is.

In elk van deze gevallen is het opstarten van een juridische procedure – hoe kort die ook is - een overbodige onderneming. In de praktijk gaat het om 80 tot 90% van de dossiers. Dat betekent dat zonder de tussenkomst van een incassobureau in zoveel gevallen voor de inning van onbetwiste schulden nodeloos een juridische procedure wordt opgestart. Slechts in 10 tot 20% van de dossiers – zij die niet willen betalen – zullen incassobureaus een juridische procedure opstarten. Tenminste, als de schuldeiser hiermee instemt.

2. Incasso blijft de meest kostenbesparende optie

Uit de eerder genoemde cijfers blijkt dat voor het leeuwendeel van de onbetwiste schulden (B2B) een juridische procedure niet aan de orde is. Zonder tussenkomst van een incassobureau wordt die toch opgestart, wat betekent dat ook nodeloos een heleboel kosten worden gemaakt. Deurwaarders en advocaten zullen aan het einde van de rit de factuur presenteren. Zelfs wanneer hun inspanningen niet leidden tot de betaling van de onbetwiste schuld.

Incassobureaus hanteren een andere aanpak: er is geen kostenrisico voor de klant. Zij werken namelijk steeds op een 'no cure, no pay'-basis, wat betekent dat de klant geen cent hoeft te betalen wanneer het incassobureau er niet in slaagt de vordering te innen. Vanuit die optiek heb je als schuldeiser van onbetwiste schulden (B2B) bij het inschakelen van zo'n bureau niets te verliezen.

3. De klantenrelatie wordt niet opgeblazen

Wie voor het invorderen van onbetwiste schulden (B2B) juridische stappen onderneemt, heeft één zekerheid: de relatie met de klant is voorgoed verloren. In de toekomst zal hij niet langer een beroep op je doen als zakenrelatie, ongeacht de juridische afloop. Het is daarom aangewezen om eerst alle andere opties aan te spreken alvorens een gerechtelijke confrontatie op te starten.

Incassobureaus staan erom bekend precies dat te doen. Elke onbetwiste schuld trachten zij allereerst af te handelen door middel van een minnelijke aanpak. De schuldenaar wordt benaderd en ingelicht over het openstaande bedrag. Het incassobureau verneemt waarom hij (nog) niet aan zijn betalingsplicht voldeed. Tezelfdertijd wordt onderzocht of beide partijen in de toekomst nog samen verder willen. De aanpak van het incassobureau houdt alvast beide opties open en faciliteert zo het behoud van de klantenrelatie.

Liefst 80 tot 90% van de invorderingen van onbetwiste schulden (B2B) wordt dankzij de tussenkomst van incassobureaus opgelost in die minnelijke fase. De overige dossiers krijgen – indien de schuldeiser dat wenst - een juridisch staartje. Die procedure verloopt sinds 2 juli sneller, efficiënter en goedkoper. Kortom, ook wie aanklopt bij een incassobureau profiteert van de recente wetswijziging inzake de invordering van onbetwiste schulden (B2B).

M

Dankzij een wetswijziging kan de invordering van onbetwiste schulden (B2B) voortaan zonder de tussenkomst van een rechtbank. Doe je een beroep op een incassobureau, dan hoeft het slechts in 10 tot 20% van de gevallen zo ver te komen.

LI

De invordering van onbetwiste schulden (B2B) kan voortaan zonder tussenkomst van de rechtbank. Al kunnen incassobureaus nog steeds 80 tot 90% van die dossiers oplossen in een minnelijke fase.

Auteur: Frederik Van Royen – Manager Graydon Incasso België

Webdesign Desk02