Groepsverzekering wordt nog onvoldoende gezien als onderdeel van het loonpakket

Freddy Michiels
Finance & Insurance
Gerber Leojpg
Kamps Johan
Konings Werner
Lambrecht Gert
Langenus Greg
Michiels Philippe
Palmans Gert
Schepers Annemie
Segers-Dom Sam
Van Echelpoel Bart
Verbaet Jean-Luc
Van Moer Marleen
Wiels Peter

Wie onderneemt, neemt risico’s op vele fronten. Op zo goed als alle fronten kan men zich vandaag voor deze risico’s laten verzekeren. Dat is een aanrader want je wil niet weten hoeveel bedrijven ofwel hun winsten kwijt speelden of zelfs helemaal moesten stoppen omdat ze slachtoffer geworden zijn van de genomen risico’s.

Assuralia, de Beroepsvereniging van de Verzekeringsondernemingen, heeft een website gelanceerd boordevol nuttige tips rond verzekeringen en risicoverlies. Je kan er sedert 29 oktober 2015 op terecht: www.ABCverzekering.be. Deze website gaat in op de risico’s die onlosmakelijk met het leven verbonden zijn en hoe je je daartegen kan beschermen dankzij preventie en verzekeringen. De site wil de verzekeringskennis van de consument op een praktische en aantrekkelijke manier bijschaven. Checklists georganiseerd per thema wijzen de bezoekers de weg om de juiste reflex aan te nemen, in geval van problemen of bij een belangrijke levensgebeurtenis. Daarnaast krijg je een aantal basics mee over verzekeringen via themapagina’s, inclusief video’s met straatpraatjes en uitleg van een expert. Vaak gestelde vragen en brochures ondersteunen de website verder.

Wij legden enkele van de meest gestelde vragen voor een aan panel van verzekeringsexperts en nodigden hen uit op een ontbijtvergadering en panelgesprek. Waren aanwezig op het paneldebat:

  • Leo Gerber (Vanguard Insurance)
  • Johan Kemps (Advocaat)
  • Werner Konings (Matrix Verzekeringen)
  • Gert Lambrecht (Coface)
  • Greg Langenus (Akkermans & Partners)
  • Philippe Michiels (Integrale)
  • Gert Palmans (DKV Belgium)
  • Annemie Schepers (Integrale)
  • Sam Segers-Dom (Fidea)
  • Bart Van Echelpoel (Delta Lloyd)
  • Marleen Van Moer (Federale Verzekeringen)
  • Jean-Luc Verbaet (Induver Antwerpen)
  • Peter Wiels (Assuralia)

Het voornaamste feit dat vooraf voor iedereen duidelijk mag zijn: uzelf en uw onderneming beveiligen voor mogelijk onheil, is geen luxe maar een noodzaak. Laat ons de verschillende experts eerst even aan u voorstellen.

 

WIE IS WIE?

Kan elk panellid zichzelf voorstellen en meedelen in welke tak van verzekeringen hij of zij gespecialiseerd is?

Marleen Van Moer: Ik ben adviseur bij Federale Verzekeringen, verantwoordelijk voor regio Mechelen en omstreken. Federale Verzekeringen is voornamelijk verzekeraar van de bouw & maatschappij die zijn winst deelt met de verzekerden. In 2014 bedroeg dit 21 miljoen Euro. Zelf sta ik in voor de éénmanszaken en kmo’s, bestaande uit adviesverlening op maat waarin alle verzekeringstakken aan bod komen.

Gert Palmans: DKV Belgium heeft een aantal jaren geleden gekozen voor multidistributie. Ik ben verantwoordelijk voor de directe verkoop. We bedienen voornamelijk bedrijven, maar ook particulieren en daarnaast hebben we een klein netwerk van exclusief verbonden agenten, die uitsluitend onze producten verkopen.

Leo Gerber: Ik ben bestuurder van Vanguard Insurance, onafhankelijk verzekeringsmakelaar, gespecialiseerd in maritiem transport, vooral cargo. Daarnaast ben ik ook bestuurder bij de beroepsvereniging van onafhankelijke makelaars FVF.

Jean-Luc Verbaet: Ik ben bestuurder bij Induver Antwerpen, een onafhankelijk verzekeringsmakelaarskantoor, in de top 10 van Belgische verzekeringsmakelaars en gespecialiseerd in middelgrote en grote ondernemingen. Wij zijn lid van twee internationale netwerken van verzekeringsmakelaars.

Peter Wiels: Ik maak deel uit van het communicatieteam van Assuralia en ik neem een stuk bedrijfsjournalistiek en een stuk woordvoerderschap op mij, maar ook speciale projecten zoals de 3-jaarlijkse imagostudies, preventiecampagnes, de BOB-campagne. In het Vlaams en het Waals gewest zetel ik namens de sector ook in de organen voor de verkeersveiligheid.

Werner Konings: Ik ben bestuurder bij Matrix Verzekeringen, een zelfstandig DVV-kantoor met hoofdzetel te Brasschaat. Door fusies is DVV in de Belfius groep terecht gekomen. Wij zijn gespecialiseerd in verzekeringen voor zelfstandigen en kmo’s. Vanuit die optiek hebben we een professionele relatie met Belfius bank waar wij al hun zelfstandigen en kmo-klanten verzekeren en servicen, dit voor de helft van de provincie Antwerpen. Wij tellen 30 medewerkers.

Sam Segers-Dom: Fidea is een verzekeringsmaatschappij, die exclusief via makelaars werkt en zo’n 5 jaar geleden afgescheurd is van KBC. Fidea is nu volop bezig om een onafhankelijke koers te varen. Sinds 2 jaar verkopen we geen levensverzekeringen meer. We zijn gespecialiseerd in varia-verzekeringen.

Annemie Schepers (Business Development Manager) en Philippe Michiels (Communication Officer): Integrale is een buitenbeentje, géén klassieke verzekeraar maar een gemeenschappelijke kas, gegroeid uit een aantal werkgevers, die iets specifieks wilden doen voor de pensioenen van hun werknemers. Integrale is een rechtstreekse verzekeraar die uitsluitend actief is in aanvullende pensioenen. Alle winst, na het aanleggen van de vereiste kapitaalbuffers, wordt onder onze leden en aangeslotenen verdeeld. Al onze leden-ondernemingen, groot en klein, krijgen dezelfde kwaliteitsvolle dienstverlening en dezelfde producten in combinatie met een kostenstructuur die tot de laagste van de markt behoort.

Greg Langenus: Akkermans & Partners is een dienstverlenend bedrijf in de verzekeringssector, van oorsprong Nederlands bedrijf, maar ondertussen ook al tien jaar actief in België. Wij zijn gevestigd in Antwerpen en tellen in België ongeveer met 60 medewerkers. Wij focussen op het sourcen en faciliteren van allerhande projecten in de verzekeringssector, voornamelijk in de beheersmatige – operationele sfeer en in projectmatige en commerciële functies. Onze opdrachtgevers zijn verzekeringsmaatschappijen, makelaars/agenten, leasingmaatschappijen, maar ook reguliere bedrijven die de nodige ondersteuning kunnen gebruiken op het vlak van verzekeringen.

Gert Lambrecht: Coface is een kredietverzekeraar, die bedrijven indekt tegen wanbetaling, zowel bij faillissement als bij vermoedelijk onvermogen. We zijn een verlengstuk van de creditmanager of boekhouder die er belang bij heeft dat de facturen snel en effectief betaald worden. Onze preventierol ondersteunt het sales proces. Verkopen zijn pas volbracht wanneer ze ook betaald worden. Daarom is het ook belangrijk om vooraf nieuwe klanten te screenen en bestaande klanten constant op te volgen. We zijn actief in 100 landen en hebben in deze landen een goed zicht op de ondernemersrisico’s.

Bart Van Echelpoel: Ik ben bij Delta Lloyd regional director brokers voor Antwerpen, Limburg en Vlaams Brabant. Delta Lloyd biedt oplossingen aan voor particulieren, zelfstandigen, kmo’s en grote ondernemingen. We focussen daarbij op leven.

Johan Kemps: Voor advocatenkantoor Kemps en Vanstraelen is Insurance de laatste 20 jaar een core business geworden, over de ganse lijn. Wij zijn vooral actief in leven, maar evenzeer ook in niet-leven. Bij niet-leven is dat vooral in zaakschade, rechtsbijstand en aansprakelijkheid. Bij leven omvat dat voornamelijk om overlijdens- en begrafenisverzekeringen. Dat gaat van samen met de maatschappij schrijven van polissen en het samenstellen van producten voor distributeurs en deze verdedigen bij de FSMA tot en met het beslechten van geschillen rond aansprakelijkheden en vergoeding van schade.

 

 

De regelgeving is er niet simpeler op geworden

Wat zijn vandaag de knelpunten waarmee de panelleden af te rekenen hebben? Vaak zijn uw klanten – de bedrijfsleiders – zich onvoldoende bewust van de problematiek, want zij vragen alleen maar naar de oplossingen. Wat maakt het de panelleden vandaag moeilijker dan nodig?

Werner Konings: Ik denk dan spontaan aan de nieuwe Twin Peaks en AssurMiFID wetgeving en dan vooral aan de administratieve gevolgen en verhoogde verantwoordelijkheid. Er komen zeer veel makelaarsverzekeringsportefeuilles momenteel op de markt, omdat er veel collega’s vroeger willen stoppen dan voorzien, ingevolge de verzwaring van deze administratieve druk. Dat weegt op het rendement van een kantoor. Dit gaat een consolidatiegolf tot stand brengen. De relatief kleine speler Curalia heeft alvast de nadelen ondervonden van de nieuwe SOLVENCYII wetgeving. Curalia wil nl de gewaarborgde rentevoeten op bestaande contracten niet meer garanderen voor de toekomst, met als gevolg een uitstroom van klanten. Geen bescherming dus!

Annemie Schepers: Wij krijgen wel wat aanvragen binnen van Curalia-klanten die willen overstappen. Dat is een slecht teken. Maar ik heb geen idee in welke mate die beschermd zijn.

Johan Kemps: Er is geen bescherming vanwege de Staat voorzien.

Leo Gerber: De verjonging is een ander knelpunt. We moeten de jongeren echt aanzwengelen om ze actief te krijgen in de sector. Er zijn al speciale websites om de opvolging te garanderen. We proberen ook met de maatschappijen tot een voordelige financiering te komen als mensen een portefeuille willen overnemen.

Marleen Van Moer: Stagiaires kiezen meestal voor de bankzijde. De verzekering vertegenwoordigt teveel materie om dat in een keer te behappen. Er zijn veel regels aan verbonden.

Johan Kemps: Dat heeft vooral met imago te maken.

Greg Langenus: De verzekeringssector zal er binnen tien jaar wellicht helemaal anders uitzien. Onder druk van wetgeving, samen met een omgekeerde leeftijdspiramide, zien we inderdaad dat de kleinere kantoren opgaan in grotere gehelen. Op het vlak van de tussenpersonen zullen we dus grotere, modernere en professionelere spelers zien. Maar ook binnen de maatschappijen zijn grote veranderingen bezig. De jeugd van nu is de klant van de toekomst, en zij willen anders benaderd worden dan de huidige generatie. Alle aanbieders van producten moeten hiermee rekening houden.

Is ingeval van schade een snelle regeling een knelpunt?

Johan Kemps: Daar zijn richtlijnen over, weliswaar niet bindend, maar maatschappijen passen ze wel toe in de praktijk. Ze bevorderen en versnellen de schadeafwikkeling voor zowel leven als niet-leven. Assuralia heeft daar zeker aan geholpen.

Peter Wiels: Er bestaan een aantal gedragsregels die door de sector zijn aangenomen en bindend zijn voor alle leden van Assuralia. Er is veel gewerkt rond slachtoffers en letselschade, om consumentvriendelijker te zijn. In de materiële schade zijn er een in aantal domeinen wettelijke termijnen die spelen.

Philip Michiels: Een andere uitdaging is de Europese wetgeving voor de solvabiliteitsmarges van verzekeringsmaatschappijen, Solvency II, die op 1 januari 2016 in voege gaat. Alle verzekeraars zijn volop bezig om aan die richtlijnen voldoen. Nu is er een systeem waarbij de inkomsten en uitgaven tegenover elkaar worden gezet en vanaf het moment dat je je verbintenissen als verzekeraar kan betalen, is het in orde. Met de nieuwe wet zal de solvabiliteit veel volatieler worden. De solvabiliteitsmarge van de verzekeraars zal uitgedrukt worden in een soort marktwaarde.

Marleen Van Moer: Verzekeringen hebben ook een negatief imago. Je kan nooit iets goed doen.

Het nut van een verzekering is gemoedsrust geven.

Leo Gerber: Je moet datgene verzekeren wat je niet kan of wil betalen.

Sam Segers-Dom: De negatieve sfeer rond verzekeringen komt vooral door verhalen in de media over dossiers waar het niet vlot verloopt, maar er zijn jaarlijks duizenden mensen die wel correct behandeld worden. Die komen niet in het nieuws. Veel mensen kunnen dankzij hun verzekering hun bedrijf verderzetten of hun kinderen terug een dak boven het hoofd geven.

 

Welke verzekeringen zouden beter verplicht worden?

Een panellid vroeg me jullie volgende vraag voor te leggen: zou het nuttig zijn om voor bedrijven meer verzekeringen verplicht te maken dan enkel de arbeidsongevallenverzekering? Aan welke denken jullie dan?

Peter Wiels: Een aansprakelijkheidsverzekering zoals de familiale voor particulieren verplichten, wordt al eens geopperd links of rechts, maar verplichten heeft omslachtige gevolgen. Je moet controleorganismen installeren om mensen die niet in orde zijn te sanctioneren. Je kan de verplichting niet afdwingen. Kijk naar de familiale. 85% van de gezinnen heeft er één. Dat mag altijd meer zijn, maar onderzoek door GFK in opdracht van Assuralia heeft uitgewezen dat mensen die geen familiale hebben daarvoor drie redenen geven: ze kennen het niet of het werd hen nooit aangeboden, ze stellen geen huisdieren of kinderen meer te hebben - wat een foute redenering is want het is ook nuttig voor andere zaken - en dat zijn er nog die stellen dat ze de centen niet hebben. Assuralia is in deze context geen voorstander van verplichte verzekeringen.

Welke verzekeringen kunnen we onze lezers dan maximaal aanraden?

Jean-Luc Verbaet: Er zijn nu al 33 categorieën van verplichte verzekeringen, voornamelijk aansprakelijkheidsverzekeringen voor risicoberoepen, maar een verplichting is inderdaad niet altijd de beste oplossing.

Gert Lambrecht: Verzekeringen zijn een emotieproduct. Jaarlijks schrijven bedrijven 2 tot 3% van hun omzet af op onbetaalde vorderingen. Dat is 9 miljard. Je hebt al kredietverzekeringspolissen vanaf 0,2% van je omzet. Puur rationeel zou ieder bedrijf daar voor moeten kiezen. Maar rationaliteit staat los van het gevoel. Verplichten is een brug te ver.

Er is een verschil tussen verplichten en aanmoedigen.

Greg Langenus: Het is de rol en de toegevoegde waarde van de makelaar om een risicoanalyse te maken en aan het bedrijf om de makelaar al dan niet te volgen. Verzekeringen verplichten lijkt me daarom geen goed idee. Wanneer een makelaar zijn rol speelt, dan zullen de meeste bedrijven zich wel bewust zijn van het belang van bepaalde verzekeringen.

Marleen Van Moer: De meeste bedrijven zijn zich wel bewust dat ze bepaalde verzekeringen moeten afsluiten.

Jean-Luc Verbaet: Als je het aantal bedrijven ziet dat alleen een brandverzekering afsluit, maar geen bedrijfsschadeverzekering… Wij verlenen advies, maar dat wordt – spijtig genoeg – niet altijd opgevolgd.

Je kan je als makelaar niet veroorloven om bij een ongeval van een klant te horen “waarom heb je me niet verwittigd?”

Jean-Luc Verbaet: Inderdaad. Wij zetten ons advies systematisch op papier. Dat is een positief gevolg van MiFID.

Marleen Van Moer: Als een klant stelt een bepaalde verzekering niet te willen, laat ik hem dat ondertekenen.

Johan Kemps: De grote verworvenheid van MiFID is dat de consument geïnformeerd wordt over zijn risico’s en hoe daarmee om te gaan. Er worden veel bredere risico’s onderzocht door een distributeur, wat vroeger vaak niet gebeurde. Als jurist raad ik wel aan om dat netjes op papier te zetten, dat geeft betere afspraken voor de verzekerde en meer zekerheid voor de agent of makelaar. Wat de verplichte verzekeringen betreft, is er de discussie geweest over de rechtsbijstand. Het invoeren van de BTW in onze sector heeft voor de particulier een prijsverhoging van 1/5de tot gevolg. Er is een debat over om dat te socialiseren zodat je met een relatief goedkope polis een groot deel van de bevolking kan dekken.

Leo Gerber: Er moet eerst een ramp gebeuren vooraleer verplichte verzekeringen ontstaan. Denk aan de Switelbrand. Die heeft onrechtstreeks voor de objectieve aansprakelijkheidsverzekering gezorgd, maar je komt dan vaak in een vicieuze cirkel terecht waar je met grote risico’s de markt op moet die niet verzekerbaar blijken. Ik nodig u uit om discotheken te verzekeren aan een aanvaardbaar tarief… Er is werk aan de winkel om soepeler te zijn in de acceptatie van grote risico’s.

Greg Langenus: We zijn zelf verantwoordelijk voor onze sector. Digitalisering en big data zorgen ervoor dat je gaat segmenteren, en dat je als maatschappij een groot deel van de populatie niet meer als klant wil. Dat is een slechte evolutie aangezien zo de facto heel wat particulieren uit de boot vallen en nergens tegen een aanvaardbaar tarief verzekerd zullen geraken. Je gaat hierdoor voorbij aan het concept van het solidaire concept van verzekering. Ook hierdoor is het niet realistisch om te spreken van verplichte verzekeringen.

Sam Segers-Dom: Wij segmenteren inderdaad meer en meer. Ik denk dat de technische vooruitgang dit zal veranderen. Er zijn verzekeraars die experimenteren met rijstijl, het aantal km dat iemand effectief rijdt,… . De segmentering wordt misschien nog erger, maar wel eerlijker. Wie goed rijdt, gaat minder betalen.

De algemene voorwaarden worden nauwelijks gelezen

Bestaat er een wettelijke termijn op de periode die een verzekeringsmaatschappij mag inroepen vooraleer te beslissen om een schade (al dan niet) te vergoeden?

Peter Wiels: Dat is een perceptieprobleem. Verzekeraars wachten niet bewust om uit te betalen. Als er schades zijn, moet er expertise aan bod komen en als dat complex is neemt dat soms wat meer tijd. Voor de niet-betwiste onderdelen zijn er regels om al binnen de maand voorschotten uit te betalen. Van zodra de expertise rond is (de klant heeft overigens recht op een tegenexpertise) gaat het wel snel. De wettelijke garantie voorziet vergoeding binnen de maand na akkoord over de schadebegroting en dat is geen onredelijke termijn. De verwachtingen zijn vandaag wel groter dan vroeger. Een schadegeval is het moment van de waarheid! Als de makelaar of de maatschappij kan zorgen voor een vlotte en snelle regeling, is er een dubbele winst. Een schaderegeling die leidt tot tevredenheid is perfect voor de klantenbinding.

Johan Kemps: Bouwexpertises slepen vaak lang aan. Ik vind dat de maatschappijen actiever zouden kunnen interveniëren bij hun eigen experten. Maar het probleem blijft. Sommige expertisekantoren zijn overbevraagd,… .

Peter Wiels: Na grote stormen kunnen er pieken zijn. Als je maar 20 experten hebt, kan je er geen 21 inzetten. Met de hagelschade onlangs zijn buitenlandse experten naar hier gekomen. Dat waren uitzonderlijke omstandigheden. Mensen hadden er begrip voor.

Jean-Luc Verbaet: Schade is vaak een complexe materie en hoe meer partijen, hoe complexer het wordt. Onze taak als makelaar is ook om uit te leggen waarom iets aansleept. Dat is meestal niet zonder reden.

Marleen Van Moer: Maar het is soms ook een kat en muis-spel.

Jean-Luc Verbaet: Bouwschadegevallen zijn daar een perfect voorbeeld van, omdat je meestal veel partijen hebt en het niet altijd duidelijk is wie aansprakelijk is.

Marleen Van Moer: Iedereen trekt zijn paraplu open.

Jean-Luc Verbaet: Vandaar het belang om een verzekering “Alle Bouwplaatsrisico’s te onderschrijven. Dan vang je dat daarmee op.

Wanneer een dronken chauffeur een ongeval veroorzaakt, zal de verzekering hem niet bijstaan. Klopt dat?

Leo Gerber: Alleen als er een oorzakelijk verband kan aangetoond worden en dat is moeilijk. De bewijslast ligt bij de verzekeraar. Als een dronken chauffeur aan het rood licht wacht en men rijdt vanachter in zijn wagen, is er geen probleem.

Peter Wiels: De verzekering moet bijna altijd tussenkomen. In geval van “dronkenschap” is er echter een verhaalrecht. “Intoxicatie” (positief geblazen) geeft geen recht op verhaal, maar kan wel een impact hebben op de omniumverzekering. Die zal, naargelang de contracten, mogelijk niet werken wanneer de politie vaststelt dat je te veel gedronken had.

Sam Segers-Dom: De gronden van weigering moeten ook altijd in het verzekeringscontract staan. In elk contract staat in welke gevallen de verzekeraar niet tussenkomt.

Johan Kemps: Bij uitgesloten dekking gaat het om bijzondere voorwaarden, b.v. het geïntoxiceerd rijden, die je op voorhand in de polis zet. Dat is breder dan het klassieke dronken sturen. Je brengt jezelf vrijwillig in die situatie, waardoor je niet meer gedekt bent.

Marleen Van Moer: De klanten lezen de algemene voorwaarden niet.

Greg Langenus: Dat kan je ze ook niet kwalijk nemen. Mensen zijn niet vertrouwd met de concrete inhoud van verzekeringen. Negen op de tien mensen heeft geen flauw idee waarvoor hij precies verzekerd is.

Leo Gerber: Gelukkig is het ook vaak andersom, nl. dat sommige schade gedekt blijkt te zijn zonder dat de klant het wist. Een barst in een vitro keramische kookplaat b.v. is vaak verzekerd met de polis glasbraak. Ook rechtsbijstand doet vaak veel meer dan wat mensen denken. Idem dito voor de brandpolissen.

Peter Wiels: Bij Assuralia zijn we ons bewust van de lage kennis over verzekeringen. We proberen dat te verbeteren. Dat is belangrijk want de lage kennis is direct gelinkt aan het lage vertrouwen dat sommige mensen hebben in verzekeringen. Er is dus nood aan financiële educatie, te beginnen met de nieuwe generaties, en zo stilaan de kennis en de vaardigheden opbouwen. We zien wel hoge tevredenheidsscores wanneer de mensen iets tegenkomen. De sleutel voor de toekomst ligt bij het opschroeven van de kennis over verzekeringen, zodat consumenten maar evenzeer de kmo’s meer interesse in het onderwerp krijgen. Nieuw sinds september in dit kader zijn de lessenpakketten die onze beroepsvereniging gratis aanbiedt in de derde graad van een aantal secundaire scholen in Vlaanderen (zie www.beterzeker.be) . Hopelijk volgt Franstalig België later. Voor neutrale tips en checklists met betrekking tot verzekeringen kan de consument ook terecht op onze website ABCverzekering.be

Greg Langenus: Het thema verzekeringen zou deel moeten uitmaken van de algemene vorming van de jeugd. Iedereen komt er gedurende zijn leven mee in aanraking en dan is het van belang de algemene principes te kennen.

 

Salarisverhoging of groepsverzekering?

Wat is het beste wat werknemers kan overkomen: een salarisverhoging of een groepsverzekering?

Marleen Van Moer: De groepsverzekering. Voor de werkgever is de kost veel lager, en later is de pensioenkloof voor de werknemer kleiner.

Greg Langenus: Even vloeken in de kerk, maar het hangt ervan af wat de werknemer met de salarisverhoging doet.

Marleen Van Moer: De meesten veranderen er hun levensstijl mee, maar beseffen later pas de gevolgen.

Annemie Schepers: Als je een loonsverhoging geeft, dan gaat van het brutoloon ongeveer 50% af. Bij een bonus kan dit oplopen tot 60%. Dan moet de werknemer het netto wat overblijft nog gaan sparen of beleggen. Bij een groepsverzekering gaat de werkgever besparen (i.p.v. +- 33% RSZ betaalt hij maar 8,86% + 4,4 % taksen) en voor de werknemer gaat elke 100 in de groepsverzekering en dat blijft 100. Dat gaat in een potje. Het rendement is weliswaar laag momenteel, maar het potje spaart toch redelijk gunstig op. Pas op het moment van de uitbetaling gaat er een eindbelasting af, ongeveer 10%. Er komt nog wel RIZIV en solidariteitsbijdrage bij. In het slechtste geval, als je het op je 60ste opneemt, gaat er 25% af, terwijl er van je brutoloon 50 tot 60% afgaat. Voor sommige mensen is het goed dat de werkgever voor hen spaart, want ze doen het zelf niet.

Greg Langenus: Dat is objectief gezien een perfect verhaal en ik volg je ook in die redenering, maar subjectief gezien,… Een individu denkt aan waar hij nu behoefte aan heeft. Iemand die bijvoorbeeld net begint te werken, wil extra loon om een woning aan te kopen, om de crèche te betalen… wat hij binnen 40 jaar nodig heeft, daar ligt hij nu meestal nog niet wakker van.

Marleen Van Moer: Je moet mensen bewust maken, dat wanneer ze hun levensstandaard willen behouden, ze iets moeten doen.

Greg Langenus: Inderdaad, maar als mensen solliciteren en je vraagt naar hun bestaand loonpakket, zullen het loon, de hospitalisatieverzekering, de firmawagen,… aan bod komen, maar niet de groepsverzekering. Groepsverzekering wordt nog onvoldoende aanzien als een deel van het loonpakket.

Leo Gerber: Je moet een onderscheid maken tussen de recurrente plannen voor alle werknemers, waarbij meestal een percentage van het loon in een groepsverzekering wordt gestort en de Individuele Pensioen Toezeggingen, de zogenaamde bonussen, waar men ziet dat jonge mensen eerder voor cash geld kiezen (hebben nog bouw/verbouwplannen b.v.) en 40-plussers eerder voor een bijstorting in de groepsverzekering op individuele basis. Achter het recurrente moeten we eigenlijk allemaal achter staan, want de pensioenen gaan niet groter worden.

Jean-Luc Verbaet: Groepsverzekering is meer dan geld in een spaarpot steken. Je hebt ook de mogelijkheid om bepaalde risico’s in te dekken, zoals overlijden, inkomstenverlies, ongevallen,…

Is de groepsverzekering populair bij het bedrijfsleven?

Jean-Luc Verbaet: Neen. Het probleem is dat men de rendementsgarantie bij de werkgever legt, een hoge garantie tegenover de huidige intrestvoeten. Wat soms onbegrijpelijk is, is dat vakbonden, zogezegd om de werknemers te verdedigen, houden aan die rendementsverplichting, maar eigenlijk verdedigen ze de werknemers niet. Welke werkgever wil een inkomstengarantie geven van 3,25 of 3,75% als je van de verzekeraar veel minder krijgt en dus op het einde van de rit moet bijpassen?

Annemie Schepers: Er worden dan ook weinig nieuwe plannen afgesloten of bestaande groepsverzekeringen verplaatst.

Jean-Luc Verbaet: Die markt is doodgemaakt door die rendementsgarantie. Als je de garantie naar omlaag haalt, zodat ze wel gegarandeerd kan worden door de verzekeraar, wordt de werkgever gemakkelijker aangespoord om groepsverzekeringen te onderschrijven.

Er zijn nog verschillen tussen bedienden en arbeiders

Tijdens de jongste staatshervorming werd het juridisch en fiscaal verschil tussen arbeiders en bedienden zo goed als weggewerkt. Hoe ziet dat er in de praktijk uit? Zijn er vandaag nog verschillen tussen bedienden en arbeiders?

Marleen Van Moer: Alle aanpassingen die nu gedaan worden, zijn ten voordele van de arbeiders.

Johan Kemps: Vanaf 01.01.2025 mogen er geen verschillen meer zijn. Oude regelingen hebben tijd tot 2025 om te actualiseren.

Bart Van Echelpoel: Bepaalde categorieën arbeiders staan negatief ten opzichte van groepsverzekeringen. Zij hebben de centen graag direct in hun hand. Wat werkgevers stoort, is het feit dat ze loon, auto, maaltijdcheques,… geven, en dat er rond de groepsverzekering te weinig kennis is bij hun werknemers, alhoewel dit voor de werkgever toch een serieuze uitgavenpost is. De verzekeringssector heeft hierin een belangrijke taak om de werknemers meer vertrouwd te maken met een groepsverzekering.

Annemie Schepers: Wij hebben daar een opvoedende rol op te nemen. Veel mensen weten ook niet wat ze krijgen als ze invalide worden, hoeveel hun wettelijk pensioen bedraagt,… . Mensen staan daar niet bij stil. Als je regelmatig van werkgever verandert, dan weet je uiteindelijk niet meer waar en bij wie je aanvullend pensioen hebt opgebouwd, mensen hebben géén overzicht.

Bart Van Echelpoel: Jaarlijks worden infofiches gegeven aan de werknemers, maar als je niet verzekeringstechnisch onderlegd bent, krijg je die niet gelezen.

Leo Gerber: Wat ook niet helpt is de anticipatieve heffing op de belasting die je op je 65ste zal moeten betalen.

Werner Konings: De regering en de verzekeringsmaatschappijen zouden elkaar moeten kunnen vinden in de tweede pensioenpijler. Deze zou misschien in aanmerking kunnen komen als verplichte verzekering. De groepsverzekering is vandaag teveel een instrument in loononderhandeling, dan een hulpmiddel om het pensioenprobleem op lange termijn dicht te timmeren. Er moet structureel over nagedacht worden.

Gert Palmans: Dat geldt ook voor de medische kosten. Die zijn ook vaak een instrument voor loononderhandeling, maar voor bedrijven is er geen enkele stimulus om zulke verzekering af te sluiten. De fiscale aftrekbaarheid zou een serieuze stimulans zijn en geeft de overheid budgettaire ademruimte.

Leo Gerber: Er zijn al wel een aantal sectorale plannen die verplicht zijn voor bepaalde beroepsactiviteiten, maar momenteel nog heel weinig en de gevaarlijke tendens voor ons als makelaar is dat wij daar niet in betrokken worden.

Philip Michiels: Het doel van die sectorplannen was om het aanvullend pensioen te democratiseren. De bijdragen zijn momenteel vrij laag, maar ze zullen in de toekomst toenemen zodat ze voor alle aangeslotenen voor een substantieel aanvullend pensioen zullen zorgen.

Peter Wiels: Dat waren startcondities. De bedoeling was om dat te kunnen opbouwen op lange termijn. Intussen is de discussie over het wettelijk gewaarborgd rendement eindelijk afgerond. De voorbije jaren waren de omstandigheden niet gunstig om het aanvullend pensioen verder aan te moedigen of uit te bouwen. Dankzij de onderhandelde oplossing is er duidelijkheid en geen reden tot onzekerheid meer bij werkgevers en werknemers.

Wat zijn de mogelijkheden bij ontslag?

Marleen Van Moer: De werknemer kan het overdragen naar zijn nieuwe werkgever of laten staan tot einde datum, maar hij kan het niet opvragen.

Annemie Schepers: Je opgebouwde spaarreserves laten staan zonder tegenverzekering is gevaarlijk. Dat betekent dat bij overlijden voor pensioenleeftijd de nabestaanden niets krijgen. Als je overdraagt naar een andere pensioeninstelling of naar een onthaalstructuur kan je de formule wijzigen en kan je zelf een stukje overlijden inbouwen. Het kan over veel geld gaan. Integrale is, dankzij KB 69, één van de weinige verzekeraars op de markt waar je zelf als individu je reserves kan overdragen.

Johan Kemps: Stel dat er geen groepsverzekering is bij je nieuwe werkgever, dan heb je de mogelijkheid om bij de oude groepsverzekering bij te storten. Je hebt dus drie opties: overzetten, laten staan of zelf bijstorten als je nieuwe werkgever niet aan groepsverzekering doet.

 

 

Heel wat kmo’s hebben geen hospitalisatieverzekering

Gezondheidszorg is een heet hangijzer in het bedrijfsleven. Experts benadrukken graag dat we ook vanuit het bedrijfsleven inspanningen moeten doen om de gezondheid van de medewerkers beter te beschermen. Geen enkel bedrijf heeft er belang bij dat de gezondheid van de medewerkers te wensen overlaat of dat medewerkers in het hospitaal moeten opgenomen worden. Hoe populair is de hospitalisatieverzekering?

Gert Palmans: Zeer populair. Anderzijds zien we ook wel een saturatie van het product bij de particulier. Ongeveer 8 miljoen inwoners hebben in ons land een aanvullende hospitalisatiedekking, waarvan 64% afgesloten is via de mutualiteiten. De rol van de mutualiteiten is destijds zeer duidelijk omschreven als advies- en preventieverlener en als betalingsmechanisme, maar de voorbije jaren focussen ze zich ook op de koek van de aanvullende ziektekostenverzekering. Heel wat kmo’s hebben nog geen hospitalisatieverzekering.

Gert Palmans: De hospitalisatiewaarborg op zich is ook vooral in groep een markt van overnames. Maatschappijen gaan meer en meer naar derisking. Er komen zware saneringen aan, maar grote bedrijven die nog niets hebben, komen we nog maar weinig tegen. Een onontgonnen gebied is de tandzorg, ambulante kosten en zorg in het algemeen. Daar is budget van zo’n 20 miljard dat de wettelijke ziekteverzekering niet afdekt en waar verzekeraars een rol kunnen spelen. Bij de particulieren zitten we met een dekking met een levenslange duur, waarbij er voorafgaandelijk een medische acceptatie is. Dat verklaart ook waarom 3 miljoen Belgen, die niet verzekerd zijn, er misschien ook geen kunnen krijgen omdat ze ofwel ziek zijn, of te oud.

Werner Konings: I.v.m. hospitalisatieverzekering was er een paar jaar geleden een veroordeling vanuit Europa voor concurrentievervalsing. We moeten met dezelfde wapens kunnen strijden. Hebben de mutualiteiten ook de Solvency II normen te volgen? Moeten die ook financiële buffers hebben? Zij hebben niet dezelfde(zware) spelregels.

Gert Palmans: Er is een ander wetgevend kader alsook een andere risicostructuur qua premieopbouw. Wij werken meestal met een premie met ouderdomsreserves, terwijl de premie van de mutualiteiten duurder wordt naarmate men ouder wordt. Dat is een pure risicopremie. Ik moet de eerste mutualiteit nog tegenkomen die een behoefteanalyse voorlegt aan de klant terwijl alle andere tussenpersonen dat wel moeten doen. Het level playing field staat nog niet op punt.

MiFID geldt daar niet?

Johan Kemps: MiFID geldt inderdaad niet voor die sector. De wetgever laat anderzijds wel toe dat men daar dezelfde producten in de markt zet. Dat is een probleem. Ik vermoed dat dit vroeg op laat op de tafel van Europa belandt. Dit kan niet blijven duren.

Peter Wiels: Ietwat ongelukkig is de realiteit; namelijk dat een aantal consumenten - zonder dat ze ervoor kiezen - dubbel verzekerd zijn, omdat hun mutualiteit hen verplicht een aanvullende verzekering te hebben, mee verpakt in het lidgeld. Je kan dit moeilijk consumentvriendelijk noemen. Het betreft eerder een scheeftrekking van de markt.

Gert Palmans: De mutualiteiten hebben heel andere distributiekosten dan de verzekeraars. Ze worden vanuit de overheid gesponsord in functie van hun aantal leden en leden werven ze door de aanvullende ziektekostenverzekeringen aan te prijzen.

Leo Gerber: Wij zien garagisten die autoverzekeringen verkopen gekoppeld aan de verkoop van een wagen. Zij schieten daarmee onder de duiven van de makelaars.

De technologie gaat voor veranderingen zorgen

Zijn er in jullie sector trends of veranderingen in aantocht?

Leo Gerber: In heel Europa, behalve in België, boomen de online verzekeringen. In Engeland koopt nagenoeg iedereen zijn autoverzekering online. Ook in Nederland, Duitsland, Frankrijk,… is dit succesvol. De Belg zoekt online informatie op, maar wil nog iemand voor zich om het contract effectief af te sluiten. Uit onderzoek is gebleken dat slechts 14% van de jongeren een verzekering online zou afsluiten. Dat is verwaarloosbaar in vergelijking met de buurlanden.

Greg Langenus: Het gaat dan ook niet over platte producten die je verkoopt. Je ziet soms reclameboodschappen ‘20% korting op uw autoverzekering’. Daar gaat mijn haar van rechtop staan. Het gaat over producten die een impact hebben op het leven van mensen. Daar is deskundigheid voor nodig. Zelfs binnen een relatief standaardproduct als autoverzekeringen, kan je van maatschappij tot maatschappij een verschil hebben qua condities. De gemiddelde klant heeft niet de kennis om dit te vatten. Ik vrees dan ook dat hij enkel op vlak van prijs zal vergelijken.

Marleen Van Moer: Bij online verzekeren bestaat de kans op onderverzekering.

Peter Wiels: De technologie gaat wel voor veranderingen op de markt zorgen. Het internet biedt ook opportuniteiten, ook voor tussenpersonen. Consumenten gaan zich meer en meer online informeren. Als je de binding sterk wil houden, zal je ook online informatie moeten aanbieden. Je zal beide moeten combineren.

Leo Gerber: We mogen onze meerwaarde niet aan de kant schuiven door teveel online aanwezig te zijn. Wij moeten de behoeften van onze klant analyseren en bij verschillende maatschappijen gaan kijken welk product het beste is voor hem.

Jean-Luc Verbaet: We moeten als makelaar mee met de technologie. Een consument moet zijn verzekeringen online kunnen consulteren. Dat is iets anders dan online aankopen zonder advies.

Gert Palmans: Ook niet elk product is geschikt voor online verkoop. Een hospitalisatieverzekering is complexer dan vertellen ‘wij dekken alles’. Dat is geen blanco cheque meer om je ziektekosten en het ziekenhuis mee te financieren. Een tandenplan waar je onder bepaalde voorwaarden tot 750 euro per jaar terugbetaald krijgt, kan misschien wel online verkocht worden. Zowel verzekeraars als de bemiddelaars moeten hand in hand een goede oplossing vinden om die verkoop een zetje te geven.

Leo Gerber: Bij een bekende grote reisorganisator kan je je reis online bepalen, maar je moet je documenten bij het agentschap afhalen, dat op dat moment een upselling kan doen. Zij hebben ingezien dat voor de Belgen persoonlijk contact nog altijd belangrijk is.

Nog andere trends waaraan we ons mogen verwachten?

Bart Van Echelpoel: In de toekomst gaan er instrumenten bestaan waarbij de verzekerde zelf zijn hartslag, bloeddruk,… dagelijks kan optekenen en verzekeraars dat kunnen opvragen waaraan ze een premiekorting kunnen koppelen voor diegenen die gezond leven. Dat is een voordeel van de technologie.

Johan Kemps: Het is knap dat in de sector nog altijd nieuwe producten komen. Met DKV hebben wij samen met een nieuwe distributeur een nieuw zorgproduct in de markt gezet. In de bedrijfsovernamesector heb je de klassieke escrows van soms vrij grote bedragen, die in het kader van een overname in waarborg worden gezet. Vandaag verzekert bijvoorbeeld Van Breda Risk en Benefits dit risico samen met een Amerikaanse verzekeraar er een maatschappij die dat in ons land op vrij grote schaal verzekert zodat de verkoper een groot deel van de verkoopsom direct in handen krijgt. Vroeger moest men soms jaren wachten.

Jean-Luc Verbaet: Verzekeraars zijn creatief in het aanbieden van oplossingen voor nieuwe risico’s, b.v. cybercrime. Dat is perfect indekbaar, zowel de eigen schade, als de schade aan derden. Ook milieurisico’s kan je indekken, zowel de aansprakelijkheid als de sanering van de eigen gronden.

Annemie Schepers: De Databank Aanvullende Pensioenen (DB2P) bevat gegevens over alle Belgische en buitenlandse 'tweede-pijler-pensioenen' van werknemers, zelfstandigen en ambtenaren. De databank wordt beheerd door Sigedis en is momenteel reeds beschikbaar voor werkgevers, op termijn zal deze databank ook toegankelijk zijn voor werknemers, zodat iedereen een duidelijk overzicht van zijn/haar verschillende opgebouwde reserves kan opvragen.

Een vraag aan panellid Gert Lambrecht. Is het voor bedrijven moeilijk om hun facturatie uit te besteden?

Gert Lambrecht: Kredietverzekering is een financieel product en sluit nauw aan bij datgene waarmee de financiële directie bezig is, maar het is – in tegenstelling tot factoring – geen rechtstreekse financieringsoplossing, noch neemt het de facturatie over. Bij kredietverzekering blijft de boekhouding en het facturatie- en debiteurenbeheer in handen van het bedrijf. Het is wel een actieve verzekering in die zin dat je voor elke klant waarmee je werkt, online gaat consulteren welke dekking je kan krijgen. Je kan bijkomende dekking vragen en op het moment dat je voelt dat er een betalingsachterstal is, moet je dat melden.

Is kredietverzekering vooral interessant wanneer je met het buitenland werkt?

Gert Lambrecht: Dat is een misvatting. Uiteraard, hoe verder van je eigen thuisstad gaat, hoe minder goed dat je je klanten kent, maar wie durft zeggen dat een bedrijf achter de hoek in goede financiële papieren zit? Er kan plots een probleem opduiken. Grote namen zijn evenmin een garantie voor onberispelijk betalingsbedrag. Bedrijven die behoren tot een grote internationale groep kunnen omwille van problemen in het buitenland ook zelf in de problemen komen.

Dien je een kredietverzekering af te sluiten voor al je dossiers?

Gert Lambrecht: Ook dat is een misvatting. Je kan vandaag ook een verzekering afsluiten, enkel voor export b.v., of enkel voor bepaalde landen, of voor bepaalde activiteiten. Zo wordt de premie een stuk lager. Recent hebben we ook een nieuwigheid ingevoerd die vooral kmo’s zal interesseren. Contractueel is bepaald dat Coface bij schade één maand na faillissement of WCO uitbetaalt en na vijf maanden bij een vermoedelijk onvermogen. Recent hebben we een productvernieuwing doorgevoerd waarbij het mogelijk is dat bedrijven die geld nodig hebben, op het moment dat het vermoedelijk onvermogen zich voordoet, kunnen kiezen om reeds na drie of vier maanden te worden uitgekeerd. Het voordeel is dat ze het geld veel sneller hebben. De tegenprestatie is dat er per maand 1% afgaat. Dat is veel goedkoper dan een financiering bij de bank. Bij grote onbetaalde vorderingen kan dit belangrijk zijn.

Kunnen we onze lezers nog tips meegeven?

Marleen Van Moer: Laat op tijd en stond je portefeuille analyseren. Het initiatief moet niet alleen bij de verzekeraar liggen.

Soms beseft men niet wat men allemaal heeft.

Leo Gerber: Voor particulieren zijn daar oplossingen voor. Er zijn polissen waarbij men een maximumbedrag per voorwerp verzekert, ongeacht het aantal voorwerpen dat men in huis heeft. Dat is interessant wanneer men vergeet zijn polis te updaten.

Interview: Freddy Michiels

Verslag: Nicole Verstrepen

Foto’s: Wilfried Deferme

 

Webdesign Desk02