Hotelsector en Toerisme moeten samen Antwerpen in het buitenland aanprijzen

Freddy Michiels
Hotels
Els Da Silva
Maetine Goethals
Philip Heylen
Inge Marstboom
Matthias Meyers
Sjoerd Sijbesma
Eveline Snels
Werner Spaenjers
Anne Van de Vorst
Sandra Vanmackelbergh
Kristoffel Verstreken

Elders in deze editie publiceren we het Hotelrapport 2010 dat door de Plantijn Hogeschool werd samengesteld en waaruit moge blijken dat de hotels geleidelijk aan recupereren van de crisis. Ze hebben reeds een eerste inhaalbeweging gedaan en zijn blijkbaar goed op weg om zich duidelijker en correcter op de kaart te zetten, naar het voorbeeld van andere – met Antwerpen vergelijkbare – internationale steden.

Er komen voortdurend nieuwe hotels bij in de Antwerpse regio. Hieruit mag blijken dat de hotelsector vertrouwen heeft in de toekomst die Antwerpen en omgeving te wachten staat. Stad en provincie Antwerpen nemen de laatste jaren meerdere initiatieven die duidelijk uitnodigend zijn voor een internationaal gezelschap. Het is daarom ook goed nieuws dat de Antwerpse hotels zich in juni 2011 verenigd hebben in de Antwerp Hotel Association, naar het voorbeeld van steden zoals Brussel, Brugge en Gent, zodat zij sneller en gegroepeerd kunnen inspelen op een actualiteit die zich aanbiedt.  Elders in dit blad leest u daar meer over.

Sommige hotels zien de toekomst wel zeer erg veranderen. Aan futuroloog Ian Pearson werd door hotelketen Travelodge bijvoorbeeld gevraagd om een aantal voorspellingen te doen over hoe een hotelverblijf er over twintig jaar zal uitzien. Zijn voornaamste voorspelling mag ons lichtjes verrassen. Hij voorspelt: “In 2030 zul je als hotelgast onder andere kunnen genieten van virtuele seks en kun je je e-mail via high-tech contactlenzen even checken.“

Pearson verwacht dat het gebruik van allerlei moderne technieken er toe zal leiden dat in de nabije toekomst de hotelervaring helemaal zal veranderen. Zo voorziet hij veel voordelen voor hotelgasten op het gebied van nachtrust, ontspanning, training, medisch toezicht, rust en verjonging door het toepassen van allernieuwste technologische snufjes. Hij verwacht dat tegen die tijd seks op afstand een normaal ingevoerd verschijnsel zal zijn.

Hoe kijkt de Antwerpse hotelsector tegen de toekomst aan? Waar kijkt de hotelsector naar uit? Wat zijn de knelpunten die voorrang van oplossing moeten krijgen?  We vroegen het aan de sector zelf tijdens een ontbijtvergadering in aanwezigheid van de Antwerps schepen van Cultuur en Toerisme, Philip Heylen en Inge Marstboom van Antwerpen Toerisme & Congres. Namen verder deel aan het gesprek:

  • Els da Silva (City Inn Hotel & Antwerp Hotel Association)
  • Martine Goethals (Plaza Hotel)
  • Philippe Heylen (Schepen Stad Antwerpen)
  • Inge Marstboom (Antwerpen Toerisme & Congres)
  • Eveline Snels (Sir Plantin Hotel Antwerp)
  • Werner Spaenjers (Hyllit Hotel Antwerp)
  • Anne van de Vorst (Hotel Prinse)
  • Anja Van Echelpoel (Ramada Plaza Antwerp/Prem Group)
  • Sandra Vanmackelbergh (Scandic Antwerpen)
  • Kristoffel Verstreken (Arass Hotel)
  • Sjoerd Sijbesma (Hilton Antwerp)

Het werd een boeiend gesprek dat voor het eerst gehouden werd in het nieuwe landmark van Antwerpen, het Museum aan de Stroom. Er worden veel inspanningen gedaan om meerdaagse evenementen naar Antwerpen te halen

Hoe zijn onze hotels met het oog op de toekomst geëvolueerd in onze regio? Vorig jaar was schepen Philip Heylen eerder teleurgesteld dat er in Antwerpen hotels waren die onder de prijs van 70 euro per nacht gaan. Hij vond dit niet goed voor Antwerpen en was van mening dat je dan ook bedenkingen kon hebben over de service. Is hierin ondertussen aan gewerkt?

Philip Heylen: Ik wil dit toch wel even toelichten. We mogen Antwerpen niet vergelijken met typische wereldsteden zoals New York of Londen, maar wel met aantrekkelijke B-steden. Binnen deze groep moeten wij een normale prijssetting kunnen aanbieden en handhaven. Dat is goed voor onze reputatie en brengt niemand in de verleiding om de kwaliteit van de service te verlagen.

Werner Spaenjers: Er zijn in Antwerpen nog veel 4-sterrenhotels die 3-sterren prijzen hanteren. We moeten allemaal eens naar andere hotels buiten onze regio kijken om de vergelijking te kunnen maken. De Antwerpse hotels moeten sterker staan ten opzichte van het overaanbod van Online Travel Agents (OTA’s) op de doelmarkten. Elk hotel dient voor zich een goede selectie te maken en met de geselecteerde OTA’s een eerlijk prijsbeleid uit te werken.

Kristoffel Verstreken: De prijsbewaking is een belangrijk punt en we zijn op goede weg. Het is ook voor een deel afhankelijk van de drukte op de markt. 

Philip Heylen: De overnachtingsprijs per persoon in de gloednieuwe jeugdherberg bedraagt ongeveer 25 euro. De sector bewijst zich geen dienst door de prijs laag te houden. Ik vind dat niet kunnen. Dat is een fout signaal. Je moet eens de vergelijking van de hotelprijzen oproepen in hotel.com. Maar er zijn inderdaad al stappen gezet in de goede richting en ook de samenwerking in de sector en met het stadsbestuur zit op het goede spoor.

Els da Silva: Ik ben volledig akkoord dat het de bedoeling moet zijn om de prijzen redelijk te maken. We zijn trouwens op de goede weg. In 2010 haalden we een gemiddelde kamerprijs van 82 euro en het eerste semester 2011 bedraagt de gemiddelde kamerprijs 111 euro. We zijn dus volop met een inhaalbeweging bezig en dat is maar goed ook, want we hebben dat geld nodig.

Anne van de Vorst: Ik hoop dat met de opening van het MAS ook het massatoerisme een duw in de rug gekregen heeft. De eerste tekenen wijzen alleszins in die richting.

Philip Heylen: Op voorwaarde dat de hotels daar op inspelen. Ik wil graag de hotels meenemen als wij naar het buitenland gaan om de mogelijkheden van Antwerpen toe te lichten op beurzen of bijeenkomsten. Meestal staan wij daar alleen. Als je dat vergelijkt met Rotterdam, dan stellen we vast dat haast alle hotels van Rotterdam aan de promotie van de stad meewerken. Wij zijn als stadsbestuur vragende partij. Er zijn voor de volgende jaren ook veel inspanningen gedaan om meerdaagse internationale evenementen naar Antwerpen te halen. De sector heeft er baat bij hierop in te spelen.

Anja Van Echelpoel: Jammer dat het Europees Kampioenschap Zwemmen in het Sportpaleis in de maand mei valt. Een betere spreiding zou wenselijk zijn. Nu valt dit samen met de Break Bulk van het Havenbedrijf.

Werner Spaenjers: De Stad Antwerpen kan de hotelsector helpen met het aantrekken van meerdaagse evenementen in het laagseizoen, voor het recreatief segment. Dan kunnen we stelselmatig de prijs ook opvoeren.

Martine Goethals: Antwerpen heeft enorme pronkstukken die heel veel mensen aanspreken. Allemaal bijoux. We moeten de buitenlandse gasten een reden geven om voor enkele dagen naar Antwerpen te komen. We hebben behoefte aan langlopende tentoonstellingen van kunstenaars met wereldfaam bijvoorbeeld.

Philip Heylen: Hoe kunnen we lang genoeg op voorhand programmeren? We zullen dat zeker bekijken. We hebben de laatste tijd bijzonder veel aandacht gekregen voor Antwerpen in het buitenland. We hebben zelfs op de Billboard op Times Square in New York gestaan met de foto van het meisje naar wiens identiteit we zochten en die met de Red Star Line naar Amerika was gekomen. Dat was uniek. In november zijn we aanwezig in Londen op de World Travel Fair. Wat er weldra ook komt is natuurlijk de voortzetting van onze acties rond het MAS, waar we nu reeds 8.500 betalende toeschouwers per week noteren. We bereiden ook een tentoonstelling over Napoleon voor. In 2014 zullen we ook iets doen rond de herdenking van Wereldoorlog II. Nergens zijn zoveel V-bommen gevallen als in Antwerpen. We zitten echt in een planning die indrukwekkend is. Laat ons verder overleggen om samen te bekijken hoe we de moeilijke periodes van de hotelsector kunnen aanvullen. De voornaamste beurzen voor ons zijn Londen (november) en Berlijn (maart), daar zou iedereen maximaal moeten aanwezig zijn. We trekken ook opnieuw meer cruiseschepen aan, wat automatisch zal leiden tot een grotere bekendheid van Antwerpen als bestemming voor een citytrip.

Els da Silva: Het is alleszins de bedoeling om mee te reizen naar de voornaamste beurzen als hotelsector.

Eveline Snels: Wij hebben packages lopen in Nederland voor Antwerpen en dat loopt werkelijk perfect.

Zijn de Olympische Spelen interessant voor Antwerpen?

Hebben de Olympische Spelen in Londen in 2012 enige invloed op de bezetting van onze hotels?

Philip Heylen: De belangstelling in Londen is zo groot dat sommige hotels cruiseschepen charteren om bijkomende bedden te kunnen aanbieden. Hiermee hebben ze hun capaciteit met 35 procent doen stijgen in de periode van de Olympische Spelen.

Anja Van Echelpoel: De Olympische Spelen in Londen hebben weinig invloed op de hotelreservaties tot op heden. De verwachte astronomische tarieven die de hotels ginds zouden vragen, schijnen erg mee te vallen zodat uitwijken naar het Europese vasteland voorlopig niet nodig blijkt.

Els da Silva: We hopen dat er bezoekers zijn die interesse hebben in de Olympische Spelen en bij ons overnachten. De vlucht van Antwerpen naar Londen en vervolgens naar de terreinen van de O.S. is korter dan van sommige Londense hotels naar de sportterreinen. Het probleem is dat VLM/Cityjet geen toestemming krijgt om na 23 uur nog te landen in Antwerpen. We krijgen de mensen dus wel gemakkelijk op tijd in Londen maar niet terug.

Philip Heylen: Het is waarschijnlijk onmogelijk om van deze regel een afwijking te krijgen. Het grootste knelpunt vormt het aantal vluchten van Antwerpen naar Londen, dat in die periode niet kan verhoogd worden.

Taxi’s zijn een probleem in Antwerpen

Hebben de panelleden de indruk dat zij met hun hotelaanbod de concurrentie met buitenlandse steden kunnen doorstaan?

Werner Spaenjers: Op het vlak van meetings in het segment van +500 deelnemers verliezen we aan andere steden vanwege de beperkte kamercapaciteit per hotel. Dan moet je als organisator al met minstens 4, 5 of meerdere hotels gaan samenwerken, wat een logistieke meerkost als gevolg heeft.

Anja Van Echelpoel: We kunnen nu nog geen grote congressen aan.

Sjoerd Sijbesma: Het gaat de goede richting uit. We moeten samenwerken om zoveel mogelijk congressen naar Antwerpen te halen.
Philip Heylen: Congressen met meer dan 500 deelnemers is een probleem. Dat is toch niet groot?

Anne van de Vorst: In Antwerpen is de taxiservice ondermaats. Je kan op bepaalde ogenblikken gewoon geen taxi krijgen.

Philip Heylen: In Amsterdam is dat pas een drama. We gaan als stadsbestuur nu een protocol afsluiten met de taxibedrijven met betrekking tot de kwaliteit. We willen sanctionerend kunnen optreden tegen de cowboys. In de toekomst zullen we hoe dan ook moeten kunnen gaan naar een poolwerking bij congressen.

Blijft de planning van de opening van het nieuwe congrescentrum in de Koningin Elisabethzaal nog altijd op schema tegen 2014?

Philip Heylen: De Koningin Elisabethzaal wordt zeker veel meer congrescentrum dan oorspronkelijk voorzien. In september 2012 wordt gestart met de bouw van het congrescentrum met een zaalcapaciteit van maximaal 2000 deelnemers. Op basis van het driestoelenprincipe, d.w.z. per deelnemer een plek voorzien tijdens de workshop, de plenaire zitting en de lunch zullen we 700 à 800 personen tegelijk kunnen accommoderen. Ik hou er rekening mee dat het congrescentrum operationeel zal zijn, ten vroegste in 2014 maar zeker in 2015. Wanneer we geschikte congressen willen aantrekken moeten we ook garanties hebben en moeten we zorgen dat alle deelnemers over een kamer beschikken. Zijn de hotels bereid om tijdig kamers te reserveren als we weten wanneer welke congressen naar Antwerpen komen?

Els da Silva: Het moet de bedoeling zijn dat we hierin nauw samenwerken. We willen nog verder gaan en op voorhand afspraken maken waarbij we binnen de 24 uur offertes kunnen voorleggen.

Sjoerd Sijbesma: Als dat in Amsterdam lukt, waarom zou dat dan niet in Antwerpen lukken?

Martine Goethals: Er zou een centrale organisatie moeten zijn die de timing en programmatie stuurt en centraliseert.

Inge Marstboom: De basis hiervoor is een communicatie in 2-richtingen. Ook van de hotels verwachten we dat ze meer informatie delen met mekaar en met onze cel.

Els da Silva: Er zijn nog veel hotels die het niet weten.  Ik wil ook nog even reageren op sportevenementen. De prijzen die de sportgroepen in hun budget opnemen zijn niet de prijzen die wij hen kunnen aanbieden.

Philip Heylen: Daarom moet er in Antwerpen voldoende differentiatie zijn, we moeten van alle categorieën vertegenwoordigers hebben in ons hotelaanbod.

Horeca is geen aantrekkelijk beroep

Is het vinden van geschikte medewerkers voor de hotelsector nog altijd een moeilijk punt? De VDAB noteert vandaag 214 knelpuntberoepen. Zitten daar ook functies bij die voor de hotelsector belangrijk zijn?

Eveline Snels: Wij werken met outsourcing en proberen op die manier het probleem op te lossen, hoewel wij ook via deze methode zien dat flexibiliteit een gevoelig punt is, vooral omdat er zoveel personeel turn-over is.

Anne van de Vorst: Het blijft moeilijk om geschikte medewerkers te vinden als je werk in shiften aan te bieden hebt met weekendwerk.

Els da Silva: In de zomer is het probleem nog groter. Horeca is voor velen geen aantrekkelijk beroep. Je moet meertalig zijn en zelfstandig kunnen werken op soms ongebruikelijke uren. Er wordt veel talent en inzet gevraagd van de medewerkers en de loonbarema’s zijn niet in verhouding.

Philip Heylen: Als je wat rondreist, dan stel je vast dat dit een probleem is over gans de wereld. Horeca in het algemeen is wereldwijd een heel groot probleem. Ook hier zouden afspraken moeten kunnen over gemaakt worden. Het moeilijk vinden van geschikte medewerkers geldt overigens ook voor de haven.

Els da Silva: Het is een kwestie van volhouden. Na één jaar houden de meesten het in de horeca voor bekeken. Het probleem ligt niet zozeer aan de opleiding of het onderwijs. Het percentage dat blijft is zeer klein.

Martine Goethals: Het prijsverschil van wat iemand in de horeca krijgt en wat diezelfde persoon zou krijgen als werkloosheidssteun is vaak niet erg groot. Een alleenstaande moeder krijgt gemiddeld evenveel van de werklozensteun als wanneer ze in de horeca gaat werken.

Wat is het beste dat de hotelsector kan overkomen?

Anja Van Echelpoel: Meer congressen. Dat  zijn nl. de – voorlopig helaas - weinige dagen dat de vraag groter is dan het aanbod en we goede tarieven kunnen aanrekenen.

Els da Silva: Een bloeiende economie.

Kristoffel Verstreken: Een nog nauwere samenwerking in de sector en met het stadsbestuur.

Philip Heylen: Er is iets zeer belangrijk aan de hand: de economie herpakt zich, met als gevolg dat de havenactiviteiten zich herstellen en dat de diamant het opnieuw veel beter doet. De hotels zijn er mee in geslaagd dat ze de stad overtuigd hebben van het belang van toerisme. We blijven groeien, ook in moeilijke tijden zoals 2008-2009. We moeten ons allemaal blijven inzetten.

Anne van de Vorst: We mogen eindelijk ook eens een nieuwe federale regering hebben.

Martine Goethals: Het zou een grote steun zijn mocht er een Antwerps politicus in de regering zetelen. We moeten ons blijven inzetten om meer bedrijven naar Antwerpen te trekken.

Matthias Meyers: Laat ons hopen dat we gespaard blijven van de natuurelementen en dat onze economie zich verder blijft herstellen.

De toekomst zit in de samenwerking

Wat kunnen we de lezers nog meedelen om nauwer en efficiënter met de hotelsector samen te werken en dat we onvoldoende benadrukt hebben?

Els da Silva: Er is een belangrijke evolutie aan de gang in de hotelsector op het vlak van de inrichting, het meubilair. Vroeger was bed en douche belangrijk. Vandaag investeren we allemaal zeer veel in wellness. Weldra zullen we meemaken dat elke kamer een wellness centrum is.

Sjoerd Sijbesma: Dit is de juiste boodschap. We moeten onze kwaliteit verdedigen. We staan voor een nieuw tijdperk en mogen niet buigen voor prijzen. Laat ons de leiding van ons hotel in eigen hand houden.

Anne van de Vorst: Ik betreur dat er geen groot verschil in de prijzenpolitiek meer is tussen de verschillende categorieën van hotels..

Werner Spaenjers: Ik doe een oproep naar de hotels die vandaag niet aanwezig zijn. Ik vraag hen van met ons verder samen te werken, zodat we allemaal dezelfde belangen verdedigen.

Martine Goethals: Wij zijn een dienstverlenend bedrijf. Vriendelijkheid en service zijn zeer belangrijk.

Anja Van Echelpoel: Een bed is nog altijd het belangrijkste, en verder geloof ik niet zozeer in de voorspelling van Ian Pearson. Een gast wil op hotel liefst wat hij ook gewoon thuis heeft, en ja, daarom zijn met name een comfortabel bed, snel internet en een strakke tv nu minimumvereisten.

Sandra Vanmackelbergh: De prijzen zijn in vele gevallen nog dezelfde als 10 jaar geleden. Ik ben daarvan geschrokken toen ik van Mechelen naar Antwerpen kwam.

Kristoffel Verstreken: Ik zou het waarderen indien er tijdig een kalender van alle meetingactiviteiten kon samengesteld worden.

Inge Marstboom: Daar wordt aan gewerkt, in samenwerking met UA. We zijn hierover in gesprek.

Matthias Meyers: Internet is belangrijk maar ook een gevaar. Ze kunnen tegenwoordig kritieken op internet zetten. We moeten daar rekening mee houden.

Philip Heylen: Er zijn horecazaken die dit goed begrepen hebben. Ik ben vooral blij met de huidige sfeer die heerst tussen de hotels onderling en de samenwerking met de stad Antwerpen. Er komen nog hotels bij. Op relatief korte termijn zal het aanbod groeien met 400 kamers. We moeten deze nieuwe vestigingen bij onze gesprekken en overlegafspraken betrekken.

Foto’s: Wilfried Deferme

Webdesign Desk02